De SDE++-ronde van 2026: kans of vals startsein voor groene waterstof?

11 August 2026

Wat er dit jaar verandert


De SDE++ (Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie) vergoedt het verschil tussen de kostprijs van duurzame energie of vermeden CO2-uitstoot en de opbrengsten ervan, doorgaans over een periode van 12 tot 15 jaar. Voor 2026 loopt de aanvraagperiode van 27 oktober tot en met 26 november, met vijf fases waarin de maximale subsidie-intensiteit oploopt van 75 euro tot 400 euro per ton vermeden CO2. Binnen het totaalbudget is opnieuw een apart "hekje" van 750 miljoen euro gereserveerd voor moleculen, waaronder waterstof via elektrolyse, zodat duurdere maar strategisch belangrijke technieken niet worden weggeconcurreerd door goedkopere opties zoals zon en wind.


Nieuw dit jaar zijn onder meer categorieën voor CO2-afvang in combinatie met koolstofarme waterstof en voor Direct Air Capture gecombineerd met CO2-infrastructuur. Voor de waterstofsector zelf verandert er in de kern weinig: de regeling blijft, net als voorgaande jaren, openstaan voor elektrolyseprojecten.

Waarom dit voor de industrie het verschil kan maken


Voor energie-intensieve sectoren als staal, luchtvaart en scheepvaart is de prijs van groene waterstof al jaren de grootste hobbel richting verduurzaming. Met een subsidie-intensiteit die tot circa 9 euro per kilo kan compenseren, komt groene waterstof voor het eerst echt in de buurt van wat grijze waterstof kost. Dat is precies het type prijsverschil dat grootschalige projecten zoals Djewels in Delfzijl of H₂era in het Noordzeekanaalgebied nodig hebben om de stap van ontwikkeling naar realisatie te zetten. Het project H₂eron ontving eerder al een OWE-subsidie, een teken dat de beschikbare regelingen daadwerkelijk worden benut door grootschalige, bewezen ontwikkelaars.

Het echte knelpunt: het net, niet het geld


Toch klinkt er ook nuchterheid in de sector. Netcongestie blijft het technische struikelblok dat de SDE++ niet oplost: subsidie verlaagt de kostprijs, maar lost geen capaciteitsprobleem op het elektriciteitsnet op. De komende maanden moet blijken of toegekende aanvragen ook daadwerkelijk tot nieuwe faciliteiten leiden. Er is een reëel risico voor het maatschappelijk draagvlak wanneer projecten stilvallen zodra de subsidiepot leeg is, ook als dat vanuit de businesscase een begrijpelijke keuze is.


Dat maakt de rol van grootschalige, ervaren ontwikkelaars extra belangrijk. Waar kleinere spelers een project soms volledig laten hangen aan één subsidieronde, bouwen partijen met een langetermijnportfolio en industriële schaal, zoals HyCC met projecten in Nederland en Duitsland, infrastructuur die niet verdwijnt zodra de regeling sluit. Juist die voorspelbaarheid is wat industriële afnemers in staal, luchtvaart en scheepvaart nodig hebben om zelf ook langjarige investeringsbeslissingen te durven nemen.

Wat dit betekent voor de komende maanden


Voor bedrijven die willen overstappen op groene waterstof is de periode tot en met 26 november cruciaal: wie een project heeft dat aan de voorwaarden voldoet, doet er goed aan tijdig aan te vragen, aangezien aanvragen op volgorde van binnenkomst worden behandeld en bij overvraging worden gerangschikt op subsidie-intensiteit. Maar de discussie stopt niet bij de aanvraagtermijn. Zolang netcapaciteit de bottleneck blijft, is de vraag niet alleen "krijgen we subsidie", maar "kunnen we het net op". Dat maakt 2026 een jaar waarin beleid en infrastructuur elkaar moeten inhalen, wil de sector daadwerkelijk doorgroeien van proefprojecten naar de schaal die de industrie nodig heeft.